Poezie

Dit gedicht hangt al meer dan een jaar op het toilet en het gaat nooit vervelen:

Herman de Coninck

Ligstoel

Voor Jan Fabre

Het is een soort niets dat ik zoek. Wat je overhoudt
als je uit de kom van je beide handen hebt willen drinken:
je beide handen. Geuren lanterfanten door de tuin.
Ik heb een ligstoel onder me waarin ik zo laag als ik maar

in mezelf kan liggen, op mijn rug, het onderste wat ik heb, lig.
Hoe is dit liggen? Zoals je een cognac afmeet door het glas
horizontaal te leggen, zo is dit liggen, ik heb niet veel van mezelf
nodig om vol te zijn, wat ik nodig heb is vooral: weinig.

Er is te weinig weinig. De vergevensgezindheid
van het niets waarin wij, als we eveneens
niets zouden zijn, zouden passen.

De lucht is zo blauw als vergeetachtigheid.
De lucht is zo blauw als blauwsel waarmee destijds
linnen werd gewassen om witter te zijn.

Missie

Deze week een interessante ontmoeting gehad. Ik sta te schuilen tijdens het wachten op de bus. Ik wordt aangesproken door een man met een tijdschrift, ojee een Jehova denk ik, ik maak een afwerend gebaar en aanstalten om mijn oortjes in te doen.

De man vraagt wat ik van het toenemende geweld vindt en ik kan het niet laten te antwoorden dat ik niet weet of het toeneemt, geweld is van alle tijden. Veel veiliger dan nu is het niet vaak geweest, zeker niet hier.

We raken in gesprek, ik ken zijn positie en probeer die te respecteren, hij lijkt hetzelfde te doen met de mijne. We zijn het eens dat het respecteren van regels noodzakelijk is, die van hem komen uit de bijbel, de mijne uit de wet (in een democratie dus uit het volk en omdat ik daar een deel van ben, uit mezelf).

Ik weet meer over evolutie dan hij denk ik, mijn opmerkingen over de onhandige kantjes van het menselijk lichaam (slechte ruggen, blinde vlek op een onhandige plek op het netvlies) krijgen geen weerwoord. Dan komt de bus, jammer. Ik wens hem succes met de missie, ik hoop niet dat hij dat letterlijk neem want zo bedoel ik het niet. Ik had hem eigenlijk plezier met zijn missie moeten wensen, dat gun ik hem wel.

Twee(2)

Nou, dat gaat goed. Bijna een jaar geleden. Weinig bedacht in de tussentijd. Druk met de strijd om het slijk der aarde en andere onbenulligheden. ‘Druk, druk, druk’ is goed, of heb ik daar de trend-wissel ook gemist. Waartoe zijn wij online?

Een(1)

Daar is hij dan, mijn eerste blog. Net nu bloggen officieel is dood verklaard door dutchbloggies, dat is een mooi moment om te beginnen.
Maar waarom, en waarom zolang gewacht en waarom nu dan opeens wel?
Lang gewacht omdat ik dacht alleen in het openbaar iets te willen zeggen als ik ook iets te zeggen heb. Iets waar ik van denk dat het voor anderen interessant is om te lezen.
Heb ik dan nu opeens wel zoiets op mijn lever? Nee, maar ik heb nou eenmaal al tijden het idee dat schrijven een mooie vorm van denken is, en waarom dan niet openbaren wat openbaar mag zijn.
Een mens bestaat nu eenmaal door zijn publieke manifestatie oftewel door het formuleren van zijn gedachten (vrij naar Hegel).

Commentaar geven mag, de verwerking daarvan is alleen aan mij.